Coderen voor beginners met blokken
Hoofdstuk 2
>
Niveau 5
Variabelen
Numerieke Variabelen
Doel
Verzamel planken en sla ze op in variabelen om het level te voltooien.
De opslagplaats is een rommeltje; help alle verspreide planken op te rapen.
Om materialen gemakkelijker op te slaan, moet je variabelen gebruiken. Een variabele is een naam waaraan je een waarde kunt toewijzen, die je later eenvoudig kunt gebruiken.
Loop over de kaart naar de planken om ze allemaal op te rapen. Nadat je alle materialen hebt verzameld, maak je in het menu Variables in de gereedschapskist een variabele met de naam planks door op de knop Create variable te klikken.

Er verschijnt een dialoogvenster bovenin de browser, waarin je de naam planks invoert om een variabele te maken en de codeblokken in het menu Variables te ontgrendelen.

Sleep het blok set variable uit het menu Variables in de gereedschapskist.

Klik op het dropdown-menu van het blok set variable om de variabele planks toe te wijzen.

Open het menu Math in de gereedschapskist, sleep de nummerbubble van boven in het menu en plaats deze op het blok set variable.

Klik op de bubble en stel de waarde in op het aantal planken dat je hebt verzameld, weergegeven in de rechterbovenhoek van het scherm.

Zodra dit is gedaan, heb je de variabele planks met de juiste waarde ingesteld en voltooi je het level.